BIJLAGE IV machines RICHTLIJN 98/37/EG

BIJLAGE IV : SOORTEN MACHINES EN VEILIGHEIDSCOMPONENTEN WAARVOOR DE IN ARTIKEL 8, LID 2, ONDER b) EN c), BEDOELDE PROCEDURE MOET WORDEN TOEGEPAST

A. Machines

1. Cirkelzagen, eenbladig en meerbladig, voor de bewerking van hout en daarmee gelijk te stellen materialen of voor de bewerking van vlees en daarmee gelijk te stellen materieel:

1.1. zaagmachines waarbij het werktuig zich tijdens het werk in een vaste stand bevindt, voorzien van een vast tafelblad en met manuele toevoer van het werkstuk of met verwijderbare meenemer;

1.2. zaagmachines waarbij het werktuig zich tijdens het werk in een vaste stand bevindt, voorzien van een tafelzaagbok of een heen en weer gaande slede die met de hand wordt verplaatst;

1.3. zaagmachines waarbij het werktuig zich tijdens het werk in een vaste stand bevindt en die bij de constructie zijn uitgerust met een inrichting voor mechanische toevoer van de te zagen werkstukken, waarbij het materiaal met de hand wordt toe- en/of afgevoerd;

1.4. zaagmachines waarbij het werktuig tijdens het werk beweegbaar is en mechanisch wordt verplaatst, waarbij het materiaal met de hand wordt toe- en/of afgevoerd.

2. Vlakschaafmachines met manuele toevoer voor houtbewerking.

3. Eenzijdige schaafmachines met manuele toevoer en/of afvoer voor houtbewerking.

4. Lintzagen met vast of beweegbaar tafelblad en lintzagen met beweegbare slede, met manuele toevoer en/of afvoer, voor de bewerking van hout en daarmee gelijk te stellen materialen of voor de bewerking van vlees en daarmee gelijk te stellen materialen.

5. Gecombineerde machines van de in de punten 1 tot en met 4 en in punt 7 bedoelde types voor de bewerking van hout en daarmee gelijk te stellen materialen.

6. Pennenbanken met verschillende spillen met manuele toevoer voor houtbewerking.

7. Freesmachines met verticale as, met manuele toevoer, voor houtbewerking en daarmee gelijk te stellen materialen.

8. Draagbare kettingzaagmachines voor houtbewerking.

9. Persen, met inbegrip van buigmachines, voor koude metaalbewerking, waarbij het materiaal met de hand wordt toe- en/of afgevoerd en de beweegbare werktuigen een slaglengte kunnen hebben van meer dan 6 mm en een snelheid van meer dan 30 mm/s.

10. Machines voor het spuitgieten en persen van kunststoffen met manuele toevoer of afvoer van het materiaal.

11. Machines voor het spuitgieten en persen van rubber met manuele toevoer of afvoer van het materiaal.

12. Machines voor ondergrondse werkzaamheden van de volgende typen:

- mobiele machines op rails: locomotieven en remwagens;

- hydraulische wandelondersteuningen;

- verbrandingsmotoren bestemd voor de uitrusting van machines voor ondergrondse werkzaamheden.

13. Met de hand geladen vuilniswagens met perssysteem.

14. Beveiligingsvoorzieningen en verwijderbare aftaktussenassen voor krachtoverbrenging als beschreven in punt 3.4.7.

15. Hefbruggen voor voertuigen.

16. Hijs- en hefwerktuigen voor het heffen van personen waarbij een gevaar voor een vrije val van meer dan 3 m bestaat.

17. Machines voor de vervaardiging van pyrotechnische producten.

B. Veiligheidscomponenten

1. Gevoelige elektrische inrichtingen die zijn ontworpen voor de detectie van personen, zoals foto-elektrische beveiliging, sensormatten, elektromagnetische detectoren.

2. Logische eenheden voor beveiligingsfuncties bij met twee handen te bedienen bedieningsorganen.

3. Automatisch bewegende schermen voor de beveiliging van de in deel A, punten 9, 10 en 11, bedoelde machines.

4. Kantelbeveiligingsinrichtingen (ROPS).

5. Constructies ter beveiliging tegen vallende voorwerpen (FOPS).