Bijlage IV van de Machinerichtlijn 2006/42/EG

The text in RED color is the amended or added text in comparison with the former 98/37/EC machinery directive.


BIJLAGE IV _ Categorieën machines waarvoor een van de in artikel 12, leden 3 en 4, bedoelde procedures moet worden gevolgd

1. Cirkelzagen (eenbladig en meerbladig), voor de bewerking van hout en materialen met gelijkaardige fysieke eigenschappen of voor de bewerking van vlees en materiaal met gelijkaardige fysieke eigenschappen:

1.1. zaagmachines waarvan het zaagblad (de zaagbladen) zich tijdens het zagen in een vaste stand bevindt (bevinden), voorzien van een vast tafelblad of vaste werkstukdrager en met manuele toevoer van het werkstuk of met verwijderbare meenemer;

1.2. zaagmachines waarvan het zaagblad (de zaagbladen) zich tijdens het zagen in een vaste stand bevindt (bevinden), voorzien van een tafelzaagbok of een heen en weer gaande slede die met de hand wordt verplaatst;

1.3. zaagmachines waarvan het zaagblad (de zaagbladen) zich tijdens het zagen in een vaste stand bevindt (bevinden) en die bij de constructie zijn uitgerust met een geïntegreerde voedingsinrichting voor de te zagen werkstukken, waarbij het materiaal met de hand wordt toegevoerd en/of afgevoerd;

1.4. zaagmachines waarvan het zaagblad (de zaagbladen) tijdens het zagen beweegbaar is (zijn), uitgerust met een mechanisch beweegbaar blad, waarbij het materiaal met de hand wordt toegevoerd en/of afgevoerd.

2. Vlakschaafmachines met handmatige toevoer voor houtbewerking.

3. Eenzijdige schaafmachines met geïntegreerde voeding, met handmatige toevoer en/of afvoer voor houtbewerking.

4. Lintzagen van het volgende type, met handmatige toevoer en/of afvoer voor de bewerking van hout en materialen met gelijkaardige fysieke eigenschappen of voor de bewerking van vlees en materialen met gelijkaardige fysieke eigenschappen:

4.1. zaagmachines waarvan het zaagblad (de zaagbladen) zich tijdens het zagen in een vaste stand bevindt (bevinden), voorzien van een vast(e) of heen en weer gaand(e) tafelblad of werkstukdrager;

4.2. zaagmachines waarvan het zaagblad op een heen en weer gaande slede is gemonteerd.

5. Gecombineerde machines van de in de punten 1 tot en met 4 en 7 bedoelde typen voor de bewerking van hout en materialen met gelijkaardige fysieke eigenschappen.

6. Pennenbanken met verschillende spillen met handmatige toevoer voor houtbewerking.

7. Freesmachines met verticale as, met handmatige toevoer, voor de bewerking van hout en materialen met gelijkaardige fysieke eigenschappen.

8. Draagbare kettingzaagmachines voor houtbewerking.

9. Persen, met inbegrip van buigmachines, voor koude metaalbewerking, waarbij het materiaal met de hand wordt toegevoerd en/of afgevoerd en de beweegbare werktuigen een slaglengte kunnen hebben van meer dan 6 mm en een snelheid van meer dan 30 mm/s.

10. Machines voor het spuitgieten en persen van kunststoffen met handmatige toevoer of afvoer van het materiaal.

11. Machines voor het spuitgieten en persen van rubber met handmatige toevoer of afvoer van het materiaal.

12. Machines voor ondergrondse werkzaamheden van de volgende typen:

12.1. locomotieven en remwagens;

12.2. hydraulische wandelondersteuningen.

13. Met de hand geladen vuilniswagens met perssysteem.

14. Verwijderbare mechanische overbrengingssystemen, inclusief hun afschermingen.

15. Afschermingen voor verwijderbare mechanische overbrengingssystemen.

16. Hefbruggen voor voertuigen.

17. Hijs- en hefwerktuigen voor het heffen van personen of van personen en goederen waarbij een gevaar voor een vrije val van meer dan 3 m bestaat.

18. Draagbare bevestigingswerktuigen met explosieve lading en andere slagwerktuigen.

19. Detectoren voor de aanwezigheid van personen.

20. Aangedreven beweegbare afschermingen met vergrendeling voor de machines, bedoeld in de punten 9, 10 en 11.

21. Logische eenheden voor veiligheidsfuncties.

22. Kantelbeveiligingsinrichtingen (ROPS).

23. Constructies ter bescherming tegen vallende voorwerpen (FOPS).

Comment : A IV-1

Numbering machines between the old and the new machinery directive is similar up to point 14. Some points have been restated and / or supplemented (eg, point 3).

Items 15 and 18 were added.

Items 18 to 23 of the new Directive 2006/42/EC correspond to the safety components referred to in points B1 to B5 of the former Machinery Directive.

In some European member states, the practice for safety components was to consider the list of B1, B2 of Annex IV as a "limited" list. Other Member States considered this list was not an exhaustive list. The new Directive 2006/42/EC gave a more comprehensive and global definition of safety components without specifying an exhaustive list.

Now an indicative list is given in Appendix V. This list is subject to change. See Article 2: Definitions - c) "safety component" ... Annex V contains an indicative list of safety components, which can be updated in accordance with Article 8, paragraph 1 a)

The following machines from the old 98/37/EC machine directive have been removed from Annex IV:

12. Machinery for underground working of the following types:

- Internal combustion engines to be fitted to machinery for underground work. They are now partly completed machinery.

17. Machines for the manufacture of pyrotechnics.

Original Comment : A IV-1

La numérotation des machines entre l’ancienne directive machines et la nouvelle est similaire jusqu’au point 14. Certains points ont été reformulés et/ou complétés (par exemple le point 3).

Les points 15 et 18 ont été rajoutés.

Les points 18 à 23 de la nouvelle directive machines 2006/42/CE correspondent aux composants de sécurité définis aux points B1 à B5 de l’ancienne directive machines.

Dans certains Etats membres de l’Europe, la pratique pour les composants de sécurité consistait à considérer la liste des points B1, B2 de l’annexe IV comme une liste « limitative ». D’autres Etats membres la considéraient comme non limitative. La nouvelle directive machines 2006/42/CE a donné une définition plus globale et plus large des composants de sécurité sans en préciser la liste exhaustive. 

Désormais une liste indicative est donnée en annexe V. Cette liste est susceptible d’évoluer. Cf. Article 2 : Définitions  - c) «composant de sécurité» … L'annexe V comporte une liste indicative des composants de sécurité, qui peut être mise à jour conformément à l'article 8, paragraphe 1, point a)

Les machines suivantes de l’ancienne directive machine 98/37/CE ont été retirées  de l’annexe IV :

12. Machines pour les travaux souterrains des types suivants:

— moteurs à combustion interne destinés à équiper des machines pour les travaux souterrains. Ce sont désormais des quasi machines.

17. Machines pour la fabrication d’articles pyrotechniques.