Persoonlijke beschermingsmiddelen

In Europa, de regelgeving met betrekking tot persoonlijke beschermingsmiddelen bestaat uit 3 richtlijnen:

  • De eerste richtlijn met betrekking tot de regels en "IN DE HANDEL BRENGEN EN VRIJ VERKEER" - Richtlijn 89/686 / EEG van de Raad
  • De tweede richtlijn met betrekking tot de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het ​​gebruik van arbeidsmiddelen door de werknemers op het werk (tweede bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16 (1) van Richtlijn 89/391 / EEG) - Richtlijn 89/655 / EEG -
  • De derde richtlijn met betrekking tot de minimale veiligheids- en gezondheidseisen voor het gebruik door de werknemers van persoonlijke beschermingsmiddelen aan de richtlijn 89/656 / EEG van de Raad van 30 november 1989 de werkplek

De eerste richtlijn, Richtlijn 89/686 / EEG van toepassing is op fabrikanten van persoonlijke beschermingsmiddelen.

De tweede en derde richtlijn is van toepassing op de gebruikers van de individuele équiements. Beide richtlijnen zijn in het kader van de kaderrichtlijn genomen over de veiligheid 89/391 / EEG van de Raad dat minimum en algemene beginselen eisen bevat aan de preventie van werkgerelateerde gevaren, de veiligheid en het zorgen voor bescherming van de gezondheid, vermindering of afschaffing van risicofactoren of ongelukken en opleiding van werknemers. Dit zijn minimumeisen. Elke lidstaat kan ervoor kiezen om het niveau van veiligheid te vergroten of, bijvoorbeeld, de test niveaus en eisen bij de toepassing van richtlijnen voor de nationale eisen.

De richtlijn betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen Richtlijn 89/655/EEG is meermaals door de volgende richtlijnen gewijzigd:

  • Richtlijn 95/63 / EG
  • Richtlijn 2001/45 / EG
Dutch