RICHTLIJN 93/44/EEG tot wijziging van Richtlijn 89/392/EEG

RICHTLIJN 93/44/EEG VAN DE RAAD van 14 juni 1993 tot wijziging van Richtlijn 89/392/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende machines

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100 A,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

In samenwerking met het Europees Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat het heffen van personen specifieke risico's met zich brengt voor die personen; dat deze risico's niet onder de fundamentele gezondheids- en veiligheidseisen vallen van Richtlijn 89/392/EEG van de Raad van 14 juni 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende machines (4);

Overwegende dat er geen reden is om voor de betrokken soorten machines in andere modules van conformiteitsbeoordelingsprocedures te voorzien dan de oorspronkelijk voor machines in het algemeen voorgeschreven modules van Richtlijn 89/392/EEG;

Overwegende dat het voorschrijven van bijkomende fundamentele gezondheids- en veiligheidseisen met betrekking tot de door geheven personen gelopen risico's mogelijk is door middel van een wijziging van Richtlijn 89/392/EEG; dat deze wijziging kan worden benut om enkele onvolkomenheden in genoemde richtlijn recht te zetten;

Overwegende dat bepalingen moeten worden vastgesteld voor veiligheidscomponenten die afzonderlijk op de markt worden gebracht en waarvoor de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolgmachtigde opgeeft welke veiligheidsfunctie zij vervullen;

Overwegende dat de data waarop deze richtlijn van toepassing wordt, geen wijziging impliceren van de data van toepassing van Richtlijn 89/392/EEG en van Richtlijn 91/368/EEG waarbij Richtlijn 89/392/EEG werd gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 89/392/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1. artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a) aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Deze richtlijn is ook van toepassing op veiligheidscomponenten wanneer die afzonderlijk in de handel worden gebracht.";

b) aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"In deze richtlijn wordt onder "veiligheidscomponent" verstaan een component, voor zover die geen verwisselbaar uitrustingsstuk is, die door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde op de markt wordt gebracht om bij gebruik een veiligheidsfunctie te vervullen en die bij een gebrekkige of slechte werking een gevaar vormt voor de veiligheid of de gezondheid van de blootgestelde personen.";

c) lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

i) het volgende streepje wordt geschrapt:

"- hijs- of hefwerktuigen die voor het heffen en/of verplaatsen van personen met of zonder last zijn ontworpen en geconstrueerd, met uitzondering van transportwerktuigen met verstelbare werkhoogte,";

ii) het volgende streepje:

"- kabelinstallaties voor openbaar of niet-openbaar personenvervoer,"

wordt vervangen door:

"- kabelinstallaties, met inbegrip van kabelsporen, voor openbaar of niet-openbaar personenvervoer,";

iii) de volgende streepjes worden toegevoegd:

"- liften die permanent bepaalde stopplaatsen van gebouwen en bouwwerken bedienen, met behulp van een kooi die langs vaste, ten opzichte van het horizontale vlak meer dan 15 graden hellende geleiders beweegt, en die bestemd is voor vervoer van

- personen,

- personen en goederen,

- uitsluitend goederen indien de kooi toegankelijk is, d.w.z. waarin een persoon zonder moeite kan binnengaan, en uitgerust is met bedieningsorganen die in de cabine of binnen het bereik van een zich aldaar bevindend persoon gesitueerd zijn,

- transportmiddelen voor personenvervoer die gebruik maken van tandradvoertuigen,

- mijnliften,

- toneelhefwerktuigen,

- bouwliften, bestemd voor het heffen van personen of personen en goederen.";

d) lid 4 wordt vervangen door:

"4. Indien voor een machine of een veiligheidscomponent de in deze richtlijn bedoelde risico's geheel of gedeeltelijk onder een specifieke communautaire richtlijn vallen, is de onderhavige richtlijn voor die machines of die veiligheidscomponenten en die gevaren niet of niet meer van toepassing, zodra de specifieke richtlijn wordt toegepast.";

2. artikel 2 wordt vervangen door:

"Artikel 2

1. De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen om ervoor te zorgen dat de machines of veiligheidscomponenten waarop deze richtlijn van toepassing is, uitsluitend in de handel gebracht en in bedrijf gesteld kunnen worden indien zij geen gevaar opleveren voor de veiligheid en de gezondheid van personen en, in voorkomend geval, huisdieren of goederen, en indien zij op passende wijze worden geïnstalleerd en onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruik.

2. De bepalingen van deze richtlijn doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Lid-Staten om, met inachtneming van het Verdrag, de eisen voor te schrijven die zij noodzakelijk achten ter bescherming van personen, inzonderheid van werknemers, bij het gebruik van de bedoelde machines of veiligheidscomponenten, voor zover deze voorschriften geen wijzigingen inhouden van deze machines of veiligheidscomponenten ten opzichte van de bepalingen van deze richtlijn.

3. De Lid-Staten verhinderen niet dat, met name op jaarbeurzen, op exposities en bij demonstraties, machines of veiligheidscomponenten worden tentoongesteld die niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze richtlijn, mits op een zichtbaar bord is aangegeven dat de machines of veiligheidscomponenten er niet mee in overeenstemming zijn en niet te koop zijn voordat zij door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde ermee in overeenstemming zijn gebracht. Bij demonstraties moeten alle passende veiligheidsmaatregelen worden genomen om de bescherming van personen te waarborgen.";

3. artikel 3 wordt vervangen door:

"Artikel 3

De machines en veiligheidscomponenten waarop deze richtlijn van toepassing is, moeten voldoen aan de in bijlage I opgenomen fundamentele veiligheids- en gezondheidsvoorschriften.";

4. artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

"1. De Lid-Staten mogen het in de handel brengen en in bedrijf stellen op hun grondgebied van machines en veiligheidscomponenten die voldoen aan de bepalingen van deze richtlijn, niet verbieden, beperken of verhinderen.";

b) het volgende lid wordt toegevoegd:

"3. De Lid-Staten mogen het in de handel brengen van veiligheidscomponenten als omschreven in artikel 1, lid 2, niet verbieden, beperken of belemmeren indien deze vergezeld gaan van de in bijlage II, onder C, bedoelde EG-verklaring van overeenstemming van de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde.";

5. artikel 5, leden 1 en 2, wordt vervangen door:

"1. De Lid-Staten beschouwen als in overeenstemming te zijn met het bepaalde in deze richtlijn, met inbegrip van de conformiteitsbeoordelingsprocedure van hoofdstuk II:

- machines die voorzien zijn van het EG-merkteken en vergezeld gaan van de in bijlage II, onder A, bedoelde EG-verklaring van overeenstemming;

- veiligheidscomponenten die vergezeld gaan van de in bijlage II, onder C, bedoelde EG-verklaring van overeenstemming.

Bij ontbreken van geharmoniseerde normen treffen de Lid-Staten de maatregelen die zij nodig achten om de betrokken partijen in kennis te stellen van de bestaande nationale technische normen en specificaties die van belang of nuttig worden geacht voor de juiste toepassing van de fundamentele veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van bijlage I.

2. Wanneer een nationale norm die de omzetting is van een geharmoniseerde norm, waarvan de referentie in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen is gepubliceerd, een of meer fundamentele veiligheidsvoorschriften omvat, wordt aangenomen dat de volgens deze norm gebouwde machine of veiligheidscomponent voldoet aan de desbetreffende fundamentele voorschriften.

De Lid-Staten publiceren de referenties van de nationale normen die omzetting zijn van de geharmoniseerde normen.";

6. artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

"1. Wanneer een Lid-Staat vaststelt dat

- machines die voorzien zijn van het EG-merkteken,

of

- veiligheidscomponenten die vergezeld gaan van de EG-verklaring van overeenstemming,

bij gebruik overeenkomstig hun gebruiksdoel, de veiligheid van personen en, in voorkomend geval, van huisdieren of goederen in gevaar dreigen te brengen, neemt hij alle nodige maatregelen om de machines of de veiligheidscomponenten uit de handel te nemen, het in de handel brengen en het in bedrijf stellen te verbieden of het vrije verkeer ervan te beperken.

De Lid-Staat stelt de Commissie onmiddelijk van deze maatregel in kennis en geeft de redenen van zijn besluit aan, met name of het gebrek aan overeenstemming voortvloeit uit:

a) het niet in acht nemen van de in artikel 3 bedoelde fundamentele voorschriften;

b) een verkeerde toepassing van de in artikel 5, lid 2, bedoelde normen;

c) een tekortkoming in de in artikel 5, lid 2, bedoelde normen zelf.";

b) lid 3 wordt vervangen door:

"3. Wanneer

- een machine die niet in overeenstemming is, het EG-merkteken draagt, of

- een veiligheidscomponent die niet in overeenstemming is, vergezeld gaat van een EG-verklaring van overeenstemming,

neemt de bevoegde Lid-Staat passende maatregelen tegen degene die het merkteken heeft aangebracht of de verklaring heeft opgesteld en stelt hij de Commissie en de overige Lid-Staten daarvan in kennis.";

7. artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

"1. De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde moet, om te kunnen verklaren dat zijn machines en veiligheidscomponenten in overeenstemming met deze richtlijn zijn, voor elke gefabriceerde machine of veiligheidscomponent een EG-verklaring van overeenstemming opstellen bestaande uit de in bijlage II, onder A, respectievelijk onder C, vermelde onderdelen.

Voor machines geldt bovendien dat de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde op de machine het in artikel 10 bedoelde EG-merkteken moet aanbrengen.";

b) het volgende lid wordt ingevoegd:

"4 bis. Voor veiligheidscomponenten gelden de certificeringsprocedures die ingevolge de leden 2, 3 en 4 op machines van toepassing zijn. Wanneer een EG-typeonderzoek wordt uitgevoerd, gaat de keuringsinstantie waarvan kennisgeving is gedaan, bovendien na of de veiligheidscomponent de veiligheidsfuncties kan vervullen die door de fabrikant zijn opgegeven.";

c) lid 6 wordt vervangen door:

"6. Indien de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde niet aan de verplichtingen van de voorgaande leden heeft voldaan, rusten deze verplichtingen op een ieder die de machine of de veiligheidscomponent in de Gemeenschap in de handel brengt. Dezelfde verplichtingen gelden voor diegene die machines of machineonderdelen of veiligheidscomponenten van verschillende herkomst assembleert of die de machine of de veiligheidscomponent voor zijn eigen gebruik vervaardigt.";

8. artikel 9, lid 1, wordt vervangen door:

"1. Iedere Lid-Staat stelt de Commissie en de overige Lid-Staten ervan in kennis welke instanties met de uitvoering van de in artikel 8 bedoelde certificeringsprocedures zijn belast. De Commissie publiceert, ter informatie, de lijst van deze instanties in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen en draagt zorg voor de bijwerking ervan.";

9. artikel 11 wordt vervangen door:

"Artikel 11

Ieder krachtens deze richtlijn genomen besluit dat ertoe leidt dat het in de handel brengen en het in bedrijf stellen van een machine of van een veiligheidscomponent wordt beperkt, wordt uitvoerig gemotiveerd. Het wordt zo spoedig mogelijk aan de belanghebbende meegedeeld met vermelding van de rechtsmiddelen die volgens de in de betrokken Lid-Staat geldende wetgeving openstaan, alsmede van de termijnen waarbinnen deze rechtsmiddelen moeten worden ingesteld.";

10. bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a) de titel wordt vervangen door:

"FUNDAMENTELE VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSEISEN BETREFFENDE HET ONTWERP EN DE BOUW VAN MACHINES EN VEILIGHEIDSCOMPONENTEN";

g) na de titel wordt de volgende tekst ingevoegd:

"In deze bijlage wordt onder "machine" verstaan, of wel de "machine" als omschreven in artikel 1, lid 2, of wel de "veiligheidscomponent" als omschreven in dat zelfde lid.";

c) de opmerkingen vooraf worden aangevuld met:

"3. De fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen zijn gegroepeerd naar de risico's waartegen zij gericht zijn.

De machines hebben een reeks risico's die in verscheidene hoofdstukken van deze bijlage kunnen worden genoemd.

De fabrikant heeft de plicht een risicoanalyse te verrichten om na te gaan welke risico's voor zijn machine gelden; bij het ontwerp en de constructie van de machine moet hij vervolgens rekening houden met zijn analyse.";

d) in punt 1.2.4 wordt de laatste alinea betreffende de noodstop vervangen door:

"Wanneer het in werking stellen van de noodstopbediening wordt beëindigd nadat een stopbevel is gegeven, moet het stopbevel door blokkering van de noodstopbediening gehandhaafd blijven totdat de blokkering wordt opgeheven; blokkering van de inrichting zonder dat deze een stopbevel genereert mag niet mogelijk zijn; het opheffen van de blokkering van de inrichting mag alleen door een daartoe passende handeling kunnen geschieden en mag de machine niet in werking stellen, maar alleen een hernieuwde inschakeling mogelijk maken.";

e) de volgende punten worden toegevoegd:

"1.5.14. Gevaar van opgesloten raken in een machine

Machines moeten zijn ontworpen, gebouwd of uitgerust met voorzieningen die waarborgen dat een blootgestelde persoon er niet in opgesloten raakt of die hem, indien dat niet kan worden voorkomen, in staat stellen hulp te vragen.";

1.5.15. Gevaar van vallen

De delen van de machine waarop zich naar verwachting personen zouden kunnen verplaatsen of bevinden, moeten zodanig zijn ontworpen en uitgevoerd dat er geen personen op deze delen kunnen uitglijden, struikelen dan wel eruit of eraf kunnen vallen.";

f) de tweede alinea van punt 1.6.2 wordt geschrapt;

g) punt 1.7.4, onder a), eerste streepje, wordt vervangen door:

"- een herhaling van de gegevens van de merktekens, met uitzondering van het serienummer (zie 1.7.3), eventueel aangevuld met gegevens die het onderhoud kunnen vergemakkelijken (bij voorbeeld adres van de importeur, van reparateurs, enz.);";

h) punt 1.7.4, onder b), wordt vervangen door:

"b) De gebruiksaanwijzing wordt door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde opgesteld in één van de talen van de Gemeenschap. Bij de inbedrijfstelling moet elke machine vergezeld gaan van een vertaling van de gebruiksaanwijzing in de taal/talen van het land waar de machine wordt gebruikt plus de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing. De vertaling wordt gemaakt door de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde dan wel door degene die de machine in het betreffende taalgebied invoert. In afwijking hiervan is het toegestaan dat de onderhoudsinstructies die bestemd zijn voor gespecialiseerd personeel dat in dienst is van de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde, slechts in één door dat personeel begrepen taal van de Gemeenschap gesteld zijn.";

i) punt 1.7.4, onder d), wordt vervangen door:

"d) Geen enkele documentatie over de machine mag wat de veiligheidsaspecten betreft in strijd zijn met de gebruiksaanwijzing. De technische documentatie waarin de machine wordt beschreven moet de onder f) bedoelde gegevens inzake de uitstraling van luchtgeluid bevatten en, voor de met de hand vastgehouden en/of geleide draagbare machines, de in punt 2.2 bedoelde gegevens inzake trillingen.";

j) de titel van punt 2 wordt vervangen door:

"FUNDAMENTELE VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSEISEN VOOR BEPAALDE CATEGORIEËN MACHINES";

k) in de punten 2.1, 2.2 en 2.3 worden de volgende woorden geschrapt:

"In aanvulling op de onder 1 bedoelde fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen";

l) punt 3, eerste alinea, wordt vervangen door:

"Machines waaraan risico's in verband met de mobiliteit zijn verbonden, moeten zo zijn ontworpen en gebouwd dat zij aan de volgende eisen voldoen.";

m) punt 4, eerste alinea, wordt vervangen door:

"Machines die aan hijs- of hefverrichtingen verbonden gevaar opleveren, vooral gevaar voor vallende of botsende lasten of voor kantelen ten gevolge van de behandeling van een last, moeten zo zijn ontworpen en gebouwd dat zij aan de volgende eisen voldoen:";

n) aan punt 4.2.3 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Machines die bepaalde stopplaatsen bedienen en waarvan bedieners het hefvlak kunnen betreden om de last te schikken of vast te zetten, moeten zo zijn ontworpen en geconstrueerd dat een ongecontroleerde verplaatsing van het hefvlak, met name bij het laden of het lossen, wordt voorkomen.";

o) de titel van punt 5 wordt vervangen door:

"FUNDAMENTELE VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSEISEN VOOR MACHINES DIE UITSLUITEND BESTEMD ZIJN VOOR GEBRUIK BIJ ONDERGRONDSE WERKZAAMHEDEN";

p) punt 5, eerste alinea, wordt vervangen door:

"Machines die bestemd zijn voor gebruik bij ondergrondse werkzaamheden moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat zij aan de volgende eisen voldoen.";

q) punt 6, opgenomen in de bijlage van de onderhavige richtlijn, wordt toegevoegd;

11. bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

a) de titel van punt A wordt vervangen door:

"A. Inhoud van de EG-verklaring van overeenstemming voor machines (1)";

b) voetnoot (1) wordt vervangen door:

"(1) Deze verklaring moet in dezelfde taal worden opgesteld als de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing (zie bijlage I, punt 1.7.4, onder b)), en wel in machineschrift of drukletters. Zij moet vergezeld gaan van een vertaling in één van de talen van het land waar de machine wordt gebruikt. Voor het maken van deze vertaling gelden dezelfde voorwaarden als voor de vertaling van de gebruiksaanwijzing.";

c) het volgende punt wordt toegevoegd:

"C. Inhoud van de EG-verklaring van overeenstemming voor veiligheidscomponenten die afzonderlijk op de markt worden gebracht (1)

De EG-verklaring van overeenstemming moet de volgende gegevens bevatten:

- naam en adres van de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde (2);

- beschrijving van de veiligheidscomponent (4);

- veiligheidsfunctie van de veiligheidscomponent, indien deze niet duidelijk uit de beschrijving valt af te leiden;

- in voorkomend geval, naam en adres van de instantie waarvan kennisgeving is gedaan en nummer van het EG-typeonderzoek;

- in voorkomend geval, naam en adres van de instantie waarvan kennisgeving is gedaan en waaraan het dossier is toegezonden overeenkomstig artikel 8, lid 2, onder c), eerste streepje;

- in voorkomend geval, naam en adres van de instantie waarvan kennisgeving is gedaan en die de in artikel 8, lid 2, onder c), tweede streepje, bedoelde controle heeft verricht;

- in voorkomend geval, de verwijzing naar de geharmoniseerde normen;

- in voorkomend geval, de verwijzing naar de nationale technische normen en specificaties die zijn gebruikt;

- identiteit van de ondertekenaar die gemachtigd is verplichtingen voor de fabrikant of de in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde aan te gaan.";

d) de volgende voetnoot wordt toegevoegd:

"(4) Beschrijving van de veiligheidscomponent (merk, type, serienummer indien dat bestaat, enz.).";

12. bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:

a) de titel wordt vervangen door:

"SOORTEN MACHINES EN VEILIGHEIDSCOMPONENTEN WAARVOOR DE IN ARTIKEL 8, LID 2, ONDER b) EN c), BEDOELDE PROCEDURE MOET WORDEN TOEGEPAST";

b) de volgende ondertitel wordt na de titel ingelast:

"A. Machines";

c) punt 1 wordt vervangen door:

"1. Cirkelzagen, eenbladig en meerbladig, voor de bewerking van hout en daarmee gelijk te stellen materialen of voor de bewerking van vlees en daarmee gelijk te stellen materialen:

1.1. Zaagmachines waarbij het werktuig zich tijdens het werk in een vaste stand bevindt, voorzien van een vast tafelblad en met manuele toevoer van het werkstuk of met verwijderbare meenemer.

1.2. Zaagmachines waarbij het werktuig zich tijdens het werk in een vaste stand bevindt, voorzien van een tafel-zaagbok of een heen en weer gaande slede die met de hand wordt verplaatst.

1.3. Zaagmachines waarbij het werktuig zich tijdens het werk in een vaste stand bevindt en die bij de constructie zijn uitgerust met een inrichting voor mechanische toevoer van de te zagen werkstukken, waarbij het materiaal met de hand wordt toe- en/of afgevoerd.

1.4. Zaagmachines waarbij het werktuig tijdens het werk beweegbaar is en mechanisch wordt verplaatst, waarbij het materiaal met de hand wordt toe- en/of afgevoerd.";

d) punt 4 wordt vervangen door:

"4. Lintzagen met vast of beweegbaar tafelblad en lintzagen met beweegbare slede, met manuele toevoer en/of afvoer, voor de bewerking van hout en daarmee gelijk te stellen materialen of voor de bewerking van vlees en daarmee gelijk te stellen materialen.";

e) punt 5 wordt vervangen door:

"5. Gecombineerde machines van de in de punten 1 tot en met 4 en 7 bedoelde types voor de bewerking van hout en daarmee gelijk te stellen materialen.";

f) punt 7 wordt vervangen door:

"7. Freesmachines met verticale as, met handvoeding voor de bewerking van hout en daarmee gelijk te stellen materialen.";

g) de volgende punten worden aan deel A toegevoegd:

"16. Hijs- en hefwerktuigen voor het heffen van personen waarbij een gevaar voor een vrije val van meer dan 3 meter bestaat.

17. Machines voor de vervaardiging van pyrotechnische produkten.";

h) het volgende deel wordt toegevoegd:

"B. Veiligheidscomponenten

1. Gevoelige elektrische inrichtingen die zijn ontworpen voor de detectie van personen, zoals foto-elektrische beveiliging, sensormatten, elektromagnetische detectoren.

2. Logische eenheden voor beveiligingsfuncties bij met twee handen te bedienen bedieningsorganen.

3. Automatisch bewegende schermen voor de beveiliging van de in deel A, punten 9, 10 en 11, bedoelde machines.

4. Kantelbeveiligingsinrichtingen (ROPS).

5. Constructies ter beveiliging tegen vallende voorwerpen (FOPS).";

13. in bijlage V wordt na de titel de volgende tekst ingevoegd:

"In deze bijlage wordt onder "machine" verstaan of wel de "machine" als omschreven in artikel 1, lid 2, of wel de "veiligheidscomponent" als omschreven in dat zelfde lid.";

14. in bijlage VI wordt na de titel de volgende tekst ingevoegd:

"In deze bijlage wordt onder "machine" verstaan, of wel de "machine" als omschreven in artikel 1, lid 2, of wel de "veiligheidscomponent" als omschreven in dat zelfde lid.";

15. in bijlage VII wordt na de titel de volgende tekst ingevoegd:

"In deze bijlage wordt onder "machine" verstaan of wel de "machine" als omschreven in artikel 1, lid 2, of wel de "veiligheidscomponent" als omschreven in dat zelfde lid.".

Artikel 2

1. De Lid-Staten stellen vóór 1 juli 1994 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen en maken deze bekend. Zij stellen de Commissie hiervan onmiddelijk in kennis.

Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

Zij passen deze bepalingen toe vanaf 1 januari 1995.

2. In afwijking van lid 1, derde alinea, passen de Lid-Staten de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om te voldoen aan onderstaande bepalingen vanaf 1 juli 1994 toe:

- artikel 1, punt 10, met uitzondering van de alinea's a), b) en q),

- artikel 1, punt 11, onder a) en b),

- artikel 1, punt 12, onder c), d), e) en f).

3. Bovendien staan de Lid-Staten tot en met 31 december 1996 het in de handel brengen en het in bedrijf stellen toe van machines voor het heffen of verplaatsen van personen en veiligheidscomponenten die voldoen aan de op de datum van aanneming van deze richtlijn op hun grondgebied van kracht zijnde voorschriften.

4. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Luxemburg, 14 juni 1993.

Voor de Raad

De Voorzitter

J. TROEJBORG

(1) PB nr. C 25 van 1. 2. 1992, blz. 8, en PB nr. C 252 von 29. 9. 1992, blz. 3.(2) PB nr. C 241 van 21. 9. 1992, blz. 107, en PB nr. C 72 van 15. 3. 1993, blz. 70.(3) PB nr. C 223 van 31. 8. 1992, blz. 60.(4) PB nr. L 183 van 29. 6. 1989, blz. 9. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 91/368/EEG (PB nr. L 198 van 22. 7. 1991, blz. 16).

BIJLAGE

"6. FUNDAMENTELE VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSEISEN DIE DE BIJZONDERE RISICO'S BIJ HET HEFFEN OF VERPLAATSEN VAN PERSONEN MOETEN VOORKOMEN

Machines waaraan risico's door het heffen of verplaatsen van personen zijn verbonden, moeten zo zijn ontworpen en gebouwd dat zij aan de volgende eisen voldoen.

6.1. Algemeen

6.1.1. Definitie

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder "drager" het platform waarop de personen plaatsnemen die door beweging van dit platform opgeheven, naar beneden gebracht of verplaatst moeten worden.

6.1.2. Mechanische sterkte

De in punt 4 bepaalde gebruikscoëfficiënten zijn niet voldoende voor machines die bestemd zijn voor het heffen of verplaatsen van personen en moeten in de regel worden verdubbeld. Het grondvlak van de drager moet zo zijn ontworpen en geconstrueerd dat het ruim en sterk genoeg is om het maximum aantal personen en de maximale bedrijfslast volgens fabrieksopgave te kunnen dragen.

6.1.3. Controle van de belasting voor toestellen die in beweging worden gezet door een andere energie dan spierkracht

De eisen van punt 4.1.2.4 zijn van toepassing ongeacht de waarde van de maximale bedrijfslast. Deze eis geldt niet voor machines waarvoor de fabrikant kan aantonen dat er geen gevaar voor overbelasting en/of omslaan bestaat.

6.2. Bedieningsorganen

6.2.1. Wanneer de veiligheidseisen niet verplichten tot andere oplossingen, geldt het volgende:

De drager moet over het algemeen zo zijn ontworpen en geconstrueerd dat de personen daarop beschikken over bedieningsorganen om de drager ten opzichte van de machine te laten stijgen, dalen en in voorkomend geval te verplaatsen.

Deze bedieningsorganen moeten voorrang hebben op de andere bedieningsorganen voor dezelfde bewegingen, behalve op de noodstopinrichtingen.

De bedieningsorganen voor deze bewegingen moeten zo zijn ingericht dat zij blijvend moeten worden bediend, behalve voor machines die bepaalde stopplaatsen bedienen.

6.2.2. Indien een machine voor het heffen of verplaatsen van personen verrijdbaar is met de drager in een andere stand dan de ruststand, moet de machine zo zijn ontworpen en geconstrueerd dat de zich in de drager bevindende persoon/personen beschikt/beschikken over middelen om de door het rijden van het hefwerktuig ontstane gevaren te vermijden.

6.2.3. Machines voor het heffen of verplaatsen van personen moeten zo zijn ontworpen, gebouwd of uitgerust dat een te snelle beweging van de drager geen risico's oplevert.

6.3. Gevaar voor uit de drager vallen van personen

6.3.1. Indien de maatregelen van punt 1.5.15 onvoldoende zijn, moeten de dragers zijn uitgerust met voldoende bevestigingspunten voor het aantal personen dat zich op de drager kan bevinden en die punten moeten sterk genoeg zijn om de persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen te bevestigen.

6.3.2. Indien er een luik in het grondvlak of het bovenvlak of een zijdeurtje aanwezig is, moet de openingsrichting ingaan tegen het gevaar van vallen bij onverwacht opengaan.

6.3.3. Machines voor het heffen of verplaatsen van personen moeten zo zijn ontworpen en gebouwd dat het grondvlak van de drager ook tijdens de bewegingen niet zo sterk kan hellen dat er een risico voor vallen van de vervoerde personen ontstaat.

Het grondvlak van de drager moet slipvrij zijn.

6.4. Gevaar voor het vallen of omslaan van de drager

6.4.1. Machines voor het heffen of verplaatsen van personen moeten zo zijn ontworpen en gebouwd dat de drager niet kan vallen of omslaan.

6.4.2. Acceleratie en afremming van de drager of het dragende voertuig, ten gevolge van een handeling van de bediener of de werking van een veiligheidsinrichting, bij de door de fabrikant opgegeven maximale belastings- en snelheidsomstandigheden, mogen geen risico's voor de blootgestelde personen opleveren.

6.5. Aanduidingen

Wanneer dat noodzakelijk is om de veiligheid te garanderen, moeten op de drager de noodzakelijke merktekens ter zake zijn aangebracht."